Constance Allanic
Constance Allanic - arpa doppia a tre registri
William Byrd ca. 1540 - 1623
The Bells
uit: Fitzwilliam Virginal Book, ca. 1600
Christopher Tye ca. 1505 - ca. 1570
Sit Fast
uit: John Baldwin’s Commonplace Book, ca. 1560-1606
Ascanio Mayone ca. 1565 - 1627
Toccata seconda & Partite sopra il Tenore antico, ò Romanesca
uit: Il Secondo Libro di Diversi Capricci per Sonare, Napoli 1609
Louis Andriessen 1939 - 2021
Overture to Orpheus (1982)
arrangement: Constance Allanic 2025
Girolamo Frescobaldi 1583 - 1643
Cento Partite sopra Passacagli
uit: Partite et Toccate, Roma 1637
Programma
Over de arpa doppia a tre registri en het programma
De vraag, hoe op een harp alle chromatische halve tonen te kunnen maken, loopt als een rode draad door de geschiedenis en ontwikkeling van dit instrument. In het Italië van de late 16e eeuw vervolmaakte de toevoeging van een tweede rij snaren, gestemd als de zwarte toetsen van de piano, haar tonenvoorraad. Vanwege de dubbele besnaring, en het feit dat deze harp ongeveer twee keer zo groot kon zijn als de harpen die tot dan toe gangbaar werden, werd dit nieuwe instrument arpa doppia genoemd, ‘dubbele harp’. De arpa doppia was uiterst geliefd om expressieve solozang te begeleiden, en in Claudio Monterverdi Orfeo kreeg zij daarnaast ook een kleine maar virtuoze solistische rol.
Echter, omdat de snaren van beide kanten bespeeld worden, maakt een tweede parallelle rij snaren het lastig voor de hand aan de kant van die tweede rij, om de meest gebruikte rij snaren, de ‘witte toetsen’, te bereiken.
De oplossing voor dit probleem? Nóg meer snaren!
Rond 1600 moet iemand, vermoedelijk in Napels, het briljante idee hebben gehad om een derde rij snaren toe te voegen, parallel aan de eerste twee. In de twee buitenste rijen bevinden zich nu de ‘witte toetsen’, voor ieder hand een eigen rij, en in de middelste rij de ‘zwarte’, voor beide handen even (on)gemakkelijk bereikbaar.
Om het allemaal nog ietsje verwarrender te maken werd ook dit type harp arpa doppia genoemd, of a tre registri, als men de drie rijen heel expliciet wilde benoemen. Ascanio Mayone is een van de weinige componisten die in de vroege 17e eeuw specifiek per l’arpa, ‘voor de harp’, componeerden. Maar ook onder anderen Stefano Landi en Luigi Rossi, componisten die tegenwoordig alleen nog bekend zijn om hun aria’s, cantates en opera’s, bespeelden dit instrument. Naast harpcomposities speelden harpisten toen, net als tegenwoordig, alles wat op hun instrument paste en goed klonk. In de praktijk betekende dat vooral luit-, klavecimbel- en orgelrepertoire, en natuurlijk improvisaties, dans- en liedbegeleidingen.
De klank van de vele losse snaren maken de harp tot het ideale instrument om het klokgelui in The Bells na te bootsen; mijns inziens is zij hiervoor nog geschikter dan het toetsinstrument waarvoor William Byrd het oorspronkelijk schreef!
Het vertalen van Louis Andriessen’s Overture to Orpheus naar de harp was een veel grotere uitdaging: het is een soort canon tussen de twee manualen van een klavecimbel, waarbij elk van de beide manualen een volledige set witte én zwarte toetsen heeft, ieder met een eigen klankkleur. Omdat mijn harp wel vele maar niet álle tonen twee maal heeft, moest ik soms noten van de compositie veranderen om dichter bij de beoogde articulatie en expressie te blijven. Ik ben de Louis Andriessen Stichting, die muzikale nalatenschap van de componist beheert, zeer dankbaar voor het vertrouwen dat zij in mij hebben gesteld, waardoor ik mijn arrangement van dit werk mag uitvoeren.
Constance Allanic, Utrecht, maart 2026